Cito / Citomobile (Duitsland)(1906-1909)

Cito-Fahrradwerke A.G. was een fiets-, motorfiets- en autofabrikant gevestigd in Keulen-Sülz.

Naast Allright was het bedrijf “Cito” het belangrijkste pioniersbedrijf in Keulen in de tweewielige constructie, het werd opgericht in 1896. Het bedrijf legde bijzondere nadruk op innovatieve productontwikkeling, zoals de “Mikron”-pedaalaandrijving, die dankzij de innovatieve ringkogellagers nagenoeg onderhoudsvrij was. In 1899 werd het bedrijf omgezet in een naamloze vennootschap. In 1900 presenteerde “Cito” een motorvoertuig en in 1902 werd de toekomstige productie van gemotoriseerde tweewielers aangekondigd, waarvan al prototypes waren ontwikkeld. De motoren voor de motorfietsen met de aanduiding “Fafnir” werden door “Cito” verkregen uit de staalfabriek van Aken. Cito maakte ook de omnimobiel.

De automobielproductie van “Cito” werd in 1909 stopgezet wegens onrendabiliteit, en men concentreerde zich in de volgende jaren op de bouw van fietsen en motorfietsen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er producten gemaakt voor de Reichswehr. Vanaf 1919 ging een nieuw motorfietsmodel in productie. In 1922 fuseerde de “Cito-Fahrradwerke” met het Thüringer bedrijf Krieger-Gnädig, maar het jaar daarop kwam daar een einde aan door de galopperende inflatie. “Cito” werd overgenomen door de Keulen-Lindenthaler Metallwerke. Haar belangrijkste aandeelhouder, “Rheinische Handelsgesellschaft”, verkocht de “Cito”-fabriek aan de Luxemburger Strasse in Keulen-Sülz aan Daimler-Benz. Sommige Cito-modellen werden verder gebouwd onder het merk “Allright”.

In 1905 werd begonnen met de productie van motorfietsen, die waren uitgerust met ingebouwde Fafnir -motoren. Vanaf 1906 werden ook personenauto’s gebouwd.

De Citomobil had voorin een tweecilinder motorblok van Fafnir geplaatst, bestaande uit 704 cc met een vermogen van 6-8 pk (4,4 tot 5,9 kW) bij 1800 tpm. Het motorvermogen werd via een lederen conuskoppeling en een drietraps kettingoverbrenging doorgegeven aan de differentieelloze achteras. De toerwagen met twee of vier zitplaatsen had een wielbasis van 2250 mm, een leeggewicht van 400 kg en bereikte een topsnelheid van 50 km/u.

In 1907 werd deze auto door het Model A vervangen. Inmiddels had de tweecilindermotor van Aster een cilinderinhoud van 1648 cc en leverde 14 pk (10,3 kW) bij 1400 tpm, die via een cardanas op de achterwielen werden overgebracht. De wielbasis van de vierzitter Phaeton was 2750 mm en deze 8/16 pk sterke auto was 60 km/u snel.

Er werden ook voertuigen met 6/10 pk, 10/16 pk en 15/24 pk gebouwd. Door een gebrek aan verkoop werd de autoproductie bij Cito in 1909 stopgezet.

Cito Modellen