Aero (Tsjechië) (1929-1939)

Aero Logo

De Tsjechische ingenieur Bratislav Novotny begon zijn automobielfabricage na de Eerste Wereldoorlog met de Tweetakt Disk, een automobiel met een differentieel en een kruiskoppeling. De kleine mono-cilinder Enka, met een cilinderinhoud van 499 cc, had dezelfde eigenschappen.

De oorspronkelijke auto, die in 1928 was verschenen, werd door de vliegtuigfabrikant Aero in Praag gemaakt. De eerste Aero werd beschouwd als het kleinste voertuig dat de Tsjechische industrie vervaardigde en zowel zijn constructie-eigenschappen als zijn afmetingen waren tot het absolute minimum beperkt. Zo behoorde een elektrische starter tot de opties en werd de in de seriewagens een starter naast de bestuurdersplaats gemonteerd die, net als een buitenboordmotor, door middel van een trektouw bediend moest worden. De achteras uit elektron had geen differentieel, alle wielen waren door middel van kwart-elliptische bladveren opgehangen en op de voorwielen waren geen remmen aangebracht. Niettemin was het een duurzaam autootje. Naar aanleiding van de autotentoonstelling van Praag in 1929 legde Bohumil Turek het 4900 km lange traject Praag- Brest-Praag-Hamburg-Praag af in 184 uur en 33 minuten met een gemiddelde snelheid van 26,6 km/u.

De volgende Aero had een 660 cc-motor met twee cilinders boven elkaar. Daarop verscheen wederom een 2-cilinder, maar nu met een cilinderinhoud van 998 cc; het model werd in 1934 veranderd in een wagen met voorwielaandrijving en vier zitplaatsen. De laatste Aero was de 50 met voorwielaandrijving en een 1997 cc 4-cilindermotor, een wagen die echter nog steeds op het tweetaktprincipe was gebaseerd.

Terwijl de eerste Aero’s nog tamelijk Spartaans uitgevoerd waren, kwamen de latere auto’s, en dan vooral de versies met een vouwdak, al heel wat aantrekkelijker over. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, beëindigde Aero de productie. Aan het eind van de oorlog werd de fabricage van Aero’s aan andere Praagse fabrikanten overgedaan.

Aero modellen